Over de 3de windmolen op industriezone Grensland

Sinds 2009 staat de stad Menen weigerachtig tegenover de vergunningsaanvragen voor de bouw van windturbines op de industriezone Grensland (Ropswalle). Daarom formuleerden wij als stadsbestuur al meermaals negatieve adviezen in dit dossier. Dat de Raad van State nu de vordering tot vernietiging van de vergunning voor de bouw van een derde windmolen verwerpt, wil niet zeggen dat wij ons hier zomaar bij neer zullen leggen”, weet schepen voor Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening Mieke Syssauw.

EEN KORTE HISTORIEK

In 2010 en 2011 werd door het Vlaamse Gewest en de minister van Leefmilieu, na procedures van administratief beroep, uiteindelijk een vergunning verleend voor de bouw en de uitbating van 2 windturbines (i.p.v. 4 in de oorspronkelijke aanvraag) op de industriezone Grensland.
In 2016 werd de uitbreiding op deze site van 1 bijkomende winturbine gevraagd. Opnieuw werd ongunstig geadviseerd door het college van burgemeester en schepenen van de stad Menen. De Provincie West-Vlaanderen volgde hierin oorspronkelijk de stad en gaf eveneens negatief advies. Na overdracht van de vergunningsaanvraag aan NV Grensland Power en na nieuwe berekeningen van het groepsrisico voor de werknemers van maatwerkbedrijf ’t Veer, bleek volgens de bestendige deputatie van de provincie dat er wel afdoende tegemoet gekomen werd aan de initieel ongunstige adviezen inzake veiligheid. Een vergunning was nu dus wel mogelijk voor de provincie.
De stad Menen bleef zich echter verzetten en tekende administratief beroep aan bij de minister. De minister besliste op 10 november 2016 om de vergunning van de bestendige deputatie te bevestigen, maar legde wel bijzondere voorwaarden op.

Schepen Syssauw: “Dankzij onze aangehouden negatieve adviezen en administratieve procedures, werden bijkomende voorwaarden opgenomen in de milieuvergunning van de minister voor de derde windturbine. Zo werden omtrent geluid en slagschaduw bijkomende voorwaarden opgelegd, niet enkel voor de bijkomende windturbine, maar ook voor de twee bestaande windmolens. Binnen de 6 maanden na ingebruikname dient verplicht een geluids- en trillingenonderzoek te gebeuren met rapportering aan de milieu-inspectie. Er moet ook op vraag van het Directoraat-Generaal Luchtvaart in een bijkomende afbakening voorzien worden. Toch waren we hier als stad niet tevreden mee. We dienden in 2016 tegen deze milieuvergunning door de minister een annulatieverzoek in bij de Raad van State.”

RECENT ARREST RAAD VAN STATE

De stad nam nu echter zeer recent kennis van het arrest van de Raad van State, waarmee de vordering tot vernietiging van de vergunning voor de derde windmolen ter hoogte van het maatwerkbedrijf 't Veer werd verworpen. De Raad van State heeft zich evenwel niet over de grond van de zaak uitgesproken. Er is bijgevolg geen arrest geveld dat de vergunning en de windturbine als zodanig na beoordeling heeft goedgekeurd. De Raad heeft de vordering verworpen omwille van het feit dat het bij het gebruik van het relatief recent opgestarte e-platform van de Raad van State fout is gelopen, wat tot een onverbiddelijke afwijzing van de vordering heeft geleid.

De vordering bestond uit de vraag aan de Raad van State om de vergunning op haar theoretische wettigheid te toetsen, m.a.w. te toetsen of de vergunning correct is tot stand gekomen en juist was gemotiveerd. De Raad van State beoordeelde sowieso niet de vraag of bij de daadwerkelijke ingebruikname de normen (konden) worden gehaald, de Raad moest voortgaan op de voorstelling van de zaken door de aanvrager, een voorstelling van zaken die de minister had aanvaard.

STAD ONDERZOEKT VERDERE JURIDISCHE PROCEDUREMOGELIJKHEDEN

“Omdat de vraag of de turbine in de praktijk de normen kan halen nog niet is beoordeeld, gaan we momenteel na of en welke middelen er open staan om het milieurisico voor omwonenden én voor de specifieke groep werknemers van ’t Veer, die onder de geplande turbine moeten werken, te vrijwaren. De stad wil zich zeker niet zomaar neerleggen bij deze onverwachte en wel zeer rigide uitspraak van de Raad van State en gaf haar raadsman de opdracht om verder juridische stappen te onderzoeken”, besluit schepen Syssauw.

Aangemaakt op: 28/11/2018