Jonge mooimakers

Gepubliceerd op vrijdag 09 april 2021

Als Seppe Deboutte en Leon Vinquier het terrein aan de Geluwebeek oplopen, treden ze een andere wereld binnen. Dit is het rijk van de natuur. Hier zijn geen straten, auto’s, huizen… De aanwezigheid van de mens is hier tot het minimum beperkt. De natuur heeft het hier voor het zeggen. Dat is toch de bedoeling. Helaas zie je overal blikjes, flessen, plastic zakken, mondmaskers, piepschuim… Je zou er haast moedeloos van worden. Maar dan komen Seppe en Leon, met hun grijpstok, handschoenen en afvalzak van de Mooimakers. Zij zijn hier met een missie: de Geluwebeek schoonmaken. Ze duwen je moedeloosheid weg en zetten een berg hoop in de plaats. 

Een mondmasker is in een boom gewaaid en schommelt heen en weer aan een tak. Met hun grijpstok proberen Leon en Seppe het masker er weg te nemen. Ze geraken er maar half bij en dreigen hun evenwicht te verliezen. Precies wanneer het wel lukt, slaat de wind in het masker. De wind gaat ermee aan de haal en voert het masker de lucht in, als een vlieger. Het brengt de jongens aan het lachen en maakt hen vrolijk. 

“Juffrouw Tine heeft in de klas over ons verteld. Dat wij Mooimakers zijn en dat wij ons inzetten om het afval van de mens op te ruimen. Onze klasgenoten hebben allemaal geapplaudisseerd”, zegt Leon. “Dat was tof”, zegt Seppe. “Maar ja, ook zonder applaus zouden wij hier verder werken.”

Even verderop, een eind verwijderd van het wandelpad, doen de twee jongens weer een merkwaardige vondst. “Kijk Leon – hahaha - een pot mayonaise”, zegt Seppe. Ook Leon moet erom lachen. Ze proberen de pot open te maken, maar het lukt niet. “Een pot mayonaise in de struiken”, zegt Leon. “Hoe komt dat hier? Hahaha.”
 
Als we weer op het pad komen, vinden Seppe en Leon de verpakking van frieten, een zak chips, een blik en een fles rosé wijn (Cinsault – Pays d’Oc). De fles is kapotgeslagen. De scherven liggen verspreid in het gras. Hoe zouden de sluikstorters zich voelen, als ze zouden zien hoe twee jongens van elf jaar hun afval opruimen? Leon houdt de zakken open voor Seppe, die de glasscherven met zijn stok in de zak laat glijden. “We begrijpen niet hoe lui en egoïstisch sommige mensen zijn.” Soms zijn ze ook een beetje kwaad, maar dat tast hun goesting niet aan om dit gebied weer proper te maken. “Eigenlijk kan iedereen ons helpen. Ze moeten gewoon hun afval in de vuilnisbak smijten. ‘t Is al.”

Daar ligt een plastic fles. Seppe gaat ernaar toe, strekt zijn arm, maar zakt weg in de modder, tot net onder zijn knieën. Zijn rechterschoen en onderkant van zijn broek zitten helemaal onder de modder en het slijk. “Mama gaat niet content zijn”, zegt Seppe.  We zijn hier niet alleen. Een volwassen man ziet Seppe en Leon aan het werk met hun Mooimakersgerief. “Ik vind het echt super wat jullie doen”, zegt de man.
 
Hoe meer we met de man praten, hoe meer we begrijpen dat een grote meerderheid een proper Menen wil. De meeste mensen weten wel degelijk hoe je je moet gedragen in de openbare ruimte. De sluikstorters zijn eigenlijk een minderheid. Helaas hebben ze een grote impact. “Wat jullie doen, is ook 
belangrijk”, zegt de man. “Daar, in die boom, zit vaak een ijsvogel. Ik heb hier ook al winterkoninkjes en 
buizerds gezien. Die vogels willen niet tussen de colablikken en de isomo leven.” Dat geldt niet alleen voor de vogels. Dat geldt voor heel veel Menenaars. Heel veel mensen willen niet tussen het afval lopen. Om zijn dank en erkenning uit te drukken, gaat de man in de paasvakantie een natuurrondleiding 
geven aan Seppe en Leon. Hopelijk zien ze dan meer vogels dan colablikken.