Meense reuzen

reuzenDe geschiedenis van de Menense reus (reuzen) flitst ons terug naar het einde van de 16e eeuw, om precies te zijn naar het jaar 1596.
De eerste Menense reus werd gemaakt te Ieper. Het karkas bestond uit wilgen wissen. Alleen het hoofd was uit hout gesneden. Het beschilderen ervan moest het de uitdrukking van een belangrijk figuur schenken. Jaarlijks mocht de reus mee opstappen in de processies.

De eerste Menense reus was blijkbaar een kort leven beschoren. In 1626 vervaardigden de Menenaars immers al een tweede reus. Het karkas werd deze maal geheel gekleed en opgesmukt. Het kleed bestond uit geel laken, versierd door loofwerk van rood en groen papier, belegd met nestels en boordsel. Niet minder dan vier en een half laken werd gebruikt om de geplooide halskraag te vervaardigen.

Op de vooravond van een plechtigheid stelden de magistraten het hoofd, losgemaakt van het karkas, tentoon aan een venster van het belfort. Daarna werd het hoofd opgeborgen in een kast in de hallen.

Na enige tijd kreeg de Menense reus, Jan van Menen, het gezelschap van een vrouw: Bette.

De Menense reuzen prijken ondertussen reeds jaren op het etiket van het Menense Wieltjesbier "Ne Goen".
Jaarlijks maken ze hun opwachting op de Grote Markt en de centrumstraten tijdens de Wieltjesfeesten.

  • Delen