Stadsmuseum ’t Schippershof

Het Stadsmuseum 't Schippershof is in oktober 2013 15 jaar oud. Het gerestaureerde pand dateert uit het einde van de 17de eeuw. Het lag aan de kruising van de Leie met de handelsweg Rijsel-Brugge.

correctie stadsmuseum.jpg

De vaste collectie toont aspecten uit de rijke geschiedenis van de grensstad, naast werk van Menense kunstenaars.

Het museum profileert zich vooral met een rijke beeldencollectie. We zien een selectie van romantische beelden van Yvonne Serruys (1873-1953), abstracte beelden van Georges Dobbels (1910-1988), hedendaagse sculpturen van Johan Tahon (1965) en schilderijen van de Leie van Alfred Wallecan (1894-1960).

Menen bezet

De zaal Menen Bezet toont de belangrijkste periodes in de militaire geschiedenis van Menen. Aan de hand van verhalen, filmbeelden, postkaarten, objecten, documenten en kaarten ontdek je op een interactieve manier vier eeuwen oorlogsgeschiedenis.

Fotograaf Michiel Hendryckx maakte in 2008 foto's van de sporen van het militaire verleden.
Menen is in vele betekenissen een typische grensstad. Op het militaire vlak getuigen de vestingen en een aantal gebouwen ook nu nog van dat verleden.

De geschiedenis van de vestingen leest als het verhaal van de bezetters. Tussen 1578 (de eerste versterkingen) en 1830 (de Belgische onafhankelijkheid) wordt Menen maar liefst 22 keer belegerd.
Telkens opnieuw worden kosten noch moeite gespaard om de vestingen en de militaire infrastructuur weer op te bouwen of te verbeteren.
De vele belegeringen en bezettingen maakten het leven voor de plaatselijke bevolking hard en onveilig. Voedselprijzen stegen, mensen vonden geen werk meer of moesten vluchten. Dat was zo in de periode van de Reformatie op het einde van de 16de eeuw, maar evengoed tijdens de Eerste Wereldoorlog toen Menen vier jaar lang een bezette stad was.

vaubankaart.JPG

In een andere museumzaal wordt gefocust op de economische geschiedenis van de grensstad. Archeologische vondsten tonen aan dat er al bewoning was in Menen in de prehistorie. In de Romeinse periode was er ook een nederzetting en in de middeleeuwen ontplooide Menen  zich tot een bloeiende lakenstad.

De Leie speelde eeuwenlang een bepalende rol in de economische ontwikkeling van de stad. De rivier was belangrijk voor de scheepvaart en heel wat bedrijven vestigden zich aan de oevers. De Leie was ook de Golden River voor de vlasteelt.
Leie vlasrotten
Belgische douane

Diezelfde Leie vormt al drie eeuwen de grens tussen Frankrijk en België. Die grens leidde al in de 18de eeuw tot een bloeiende smokkel. Producten als wijn en parfum waren goedkoper in Frankrijk, terwijl tabak bij ons de bekendste smokkelwaar was richting Frankrijk.  De spannendste smokkelverhalen komen hier aan bod. Een ander fenomeen is de grensarbeid. Vanaf het midden van de 19de eeuw trokken tienduizenden arbeiders weg om zich definitief te vestigen in de textielcentra van Noord-Franrkijk. Vanaf het einde van de 19de eeuw ontstaat de grensarbeid. De mensen blijven hier wonen maar gaan dagelijks werken in Frankrijk.

 


Yvonne Serruys

werd geboren te Menen in 1873. De beroemde Latemse schilder Emile Claus ontdekte haar talent. Ze trok bij hem in de leer en uit die periode dateren haar prachtige impressionistische schilderijen.
Toch was haar ware roeping de beeldhouwkunst. Na een opleiding in het atelier van Egide Rombaux te Brussel, vestigde ze zich in Parijs. Ze huwde met de Franse romancier Pierre Mille. Met haar romantische beelden maakte ze furore in de salons. Ze kapte honderden beelden, waaronder veel bustes voor bekende personen uit de Parijse cultuur- en zakenwereld. Ze overleed in Parijs in 1953.
Yvonne Serruys realiseerde ook een aantal grote monumenten (Menen, Gent, Rijsel, Parijs, Tunis).

Yvonne Serruys

Literatuur:
MARJAN STERCKX, Yvonne Serruys (1873-1953). Belgische beeldhouwster in Parijs.
Uitgave Stadsmuseum ’t Schippershof Menen 2003. 160 blz. Kostprijs: € 15
ISBN 9074705154


Georges Dobbels

werd geboren in 't Schippershof te Menen in 1910. Op jeugdige leeftijd verliet hij zijn geboortestad om zich als beeldhouwer te vestigen in Brussel.
Hij overleed in 1988.

Georges Dobbels

Georges Dobbels slaagde er wonderwel in de realiteit te herscheppen door haar te vereenvoudigen. Sobere volumes geven uitdrukking aan zijn diepste gevoelens.
In zijn werken zien we een duidelijke evolutie. In de jaren 1940 kapte hij gestileerde figuratieve beelden, waarbij zijn afkeur voor de oorlog duidelijk tot uiting kwam.
Stilaan evolueerde zijn werk van figuratief naar abstract. Vanaf midden de jaren 1960 werd de materie steeds belangrijker.
Zijn werken zijn steeds monumentaal, ook al zijn hun dimensies soms gereduceerd.
Op de campus van de V.U.B en U.L.B. in Brussel staan twee monumentale beelden.
Het sculptuurwerk op de zijgevel van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel is van zijn hand.


Johan Tahon

is geboren in Menen in 1965. Hij woont en werkt in de Zwalmstreek en in Oudenaarde. Aan de academie voor beeldende kunst van Menen ontdekte hij zijn ware roeping. In 1989 studeerde hij af aan de Academie voor schone kunsten in Gent.
In zijn beeldentaal komen vaak verwrongen, antropomorfe figuren voor.

Door de technische en materiële worsteling allerminst te verbergen, maakt Johan Tahon de kijker duidelijk dat het hier niet gaat om de realiteit, maar wel om een illusie van de werkelijkheid, de creatie van een unieke droomwereld. De mens staat centraal in zijn monumentale sculpturen. Hij haalt echter de anatomie op een eigen wijze uit elkaar. Hij verlengt en verkort, laat zwellen en krimpen en voegt aan het naakte lichaam vreemde elementen toe. De kunstenaar werkt bij voorkeur in gips. Tahon behoort tot een nieuwe generatie Vlaamse beeldhouwers. Jan Hoet was een sleutelfiguur voor zijn grote doorbraak. Sedert 1994 stelt hij regelmatig tentoon in binnen- en buitenland.
De stad Menen kocht in 2004 de sculptuur Natal. Het monumentale werk staat op de Waalvest, nabij het stadsmuseum. In de inkomhal van het museum zien we een reeks andere werken van Johan Tahon.


Alfred Wallecan

alfred wallecan.JPG

werd geboren te Menen in 1894. Hij studeerde in Roubaix en in Brussel. Hij trok vaak naar Parijs, waar hij lessen volgde en verbleef bij Yvonne Serruys. Vanaf de jaren 1921 gaf hij les in het secundair onderwijs. Van 1956 tot 1959 was hij directeur van de Menense Tekenschool.

 

Alfred Wallecan kon even goed portretteren als landschappen schilderen. Hij borstelde pittoreske hoekjes in Vlaamse steden en duinenzichten nabij zijn buitenverblijf in Sint-Idesbald. We zullen hem echter blijven herinneren als Leieschilder. Zijn litho's, tekeningen en talloze schilderijen met Leiegezichten werden zijn handelsmerk. Hij schilderde de Leie niet louter als natuurfenomeen, maar ook als centrum voor de vlasbewerking.
Alfred Wallecan overleed in 1960.