Resultaten biomonitoring Menen gekend: infoavond op 19 januari

  • 17/01/2012
  • 1081 keer gelezen
Humane biomonitoring in Menen

Het Steunpunt Milieu en Gezondheid 2007‐2011 onderzocht, in opdracht van de Vlaamse overheid, inwendige blootstelling aan vervuilende stoffen en een aantal biologische en gezondheidskenmerken bij 199 jongeren (14‐15 jaar) die wonen in de nabijheid van de schrootverwerkende industrie van Menen. Deze meetcampagne maakt deel uit van het Vlaams Humaan Biomonitoringsprogramma. De resultaten werden vergeleken met de resultaten van leeftijdsgenoten uit de algemene Vlaamse bevolking. Er konden 6 conclusies geformuleerd worden. 

1. Minder persistente organische polluenten (POP's)

Enkele jaren geleden werden in de regio Menen ‐ zowel in milieustalen alsook inwendig bij de mens ‐ verhoogde concentraties aan PCB's en dioxines aangetroffen. Deze POP's kunnen vrijkomen bij afvalverbranding en bij sommige industriële processen en kunnen onder andere hormoonverstorend, immuunverstorend en kankerbevorderend zijn. De inwendige blootstelling aan POP's bij de onderzochte jongeren in de regio Menen ligt in het huidig onderzoek lager dan gemiddeld in Vlaanderen. Dit kan waarschijnlijk deels verklaard worden door de specifieke milieumaatregelen en sensibilisering rond lokale voeding gedurende de voorbije jaren in deze regio.

2. Meer polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)

PAK's worden door nagenoeg alle verbrandingsprocessen (industrie, ontploffingsmotoren, verwarming) geproduceerd, en zijn belangrijke bestanddelen van fijn stof. Ook voedsel is een belangrijke bron van PAK's, meer bepaald door de aanwezigheid van PAK's die neerslaan op plantaardige voedingsstoffen, en via gegrilde en aangebrande voeding (vb. zwart gebakken brood). Vele van deze stoffen kunnen kankerverwekkend zijn, sommige kunnen ook hormoonverstorend zijn. De inwendige blootstelling aan PAK's blijkt verhoogd te zijn in het lichaam van jongeren in regio Menen ten opzichte van de jongeren in Vlaanderen.

3. Minder lood, kwik, arseen, antimoon en nikkel, maar meer cadmium en thallium

Zware metalen komen van nature voor in de bodem maar kunnen door industriële processen meer voorkomen in het milieu en de voeding. Sommige zware metalen kunnen onder andere hormoonverstorend, toxisch voor het zenuwstelsel en/of kankerverwekkend zijn. Vergeleken met de gemiddelde jongere in Vlaanderen liggen de waarden bij jongeren in de regio Menen lager voor lood, kwik, arseen, antimoon en nikkel. De waarden voor lange termijn blootstelling aan cadmium liggen hoger, maar de recente blootstelling aan cadmium was niet verschillend van Vlaanderen. De recente blootstelling aan thallium ligt daarentegen wel hoger dan in Vlaanderen. Verhoogde concentraties van deze zware metalen werden voorheen ook terug gevonden in lokale waterlopen.

4. Meer DNA‐schade

Bij jongeren in de regio Menen wordt meer schade aan het erfelijk materiaal (DNA‐breuken) gemeten dan bij jongeren in Vlaanderen. Dit kan wijzen op een toename van sommige deelaspecten van het kankerrisico op groepsniveau, maar niet voor een afzonderlijk persoon. De waargenomen hogere interne blootstelling aan sommige zware metalen en aan PAK's kan mogelijk bijgedragen hebben tot de grotere hoeveelheid (grotendeels herstelbare) DNA‐schade in de regio Menen.

5. Licht verstoorde schildklierwerking en hogere concentraties aan geslachtshormonen

In de regio Menen meten we een klein verschil in de schildklierwerking en verhoogde concentraties aan geslachtshormonen, maar er werden geen ziekteverschijnselen vastgesteld. Beide vormen van hormoonverstoring zijn mogelijk te wijten aan milieuvervuilende stoffen.

6. Bewust van milieuproblematiek, maar niet opvallend vaker ongerust

Jongeren in de regio Menen melden meer dan dubbel zo vaak een milieuprobleem in de woonomgeving dan hun leeftijdsgenoten in Vlaanderen. Het gaat vooral over luchtvervuiling en bodemvervuiling. Die milieuproblemen worden vooral toegeschreven aan de industrie, het verkeer en afvalverwerking. Ondanks de verhoogde melding van milieuproblemen zijn jongeren in de regio Menen niet opvallend vaker ongerust over de gezondheidsgevolgen van die problemen dan jongeren in Vlaanderen.


In een samenwerkingsverband tussen overheid en wetenschappers zullen de resultaten van deze studie worden omgezet naar concrete beleidsacties. Eerst worden ze geprioriteerd, verder geïnterpreteerd, en de mogelijke bronnen worden gezocht. In dit proces worden verschillende maatschappelijke groepen, experten, beleidsmensen alsook lokale actoren en omwonenden nauw betrokken.


De resultaten van deze studie worden voorgesteld aan de deelnemers en de lokale bevolking op donderdag 19 januari 2012 om 20u00 in CC De Steiger te Menen. Alle geïnteresseerden zijn welkom.

Het Steunpunt Milieu en Gezondheid wordt geleid door:
Prof. Dr.W. Baeyens (VUB), coördinator; Prof. Dr. Ilse Loots (UA); Prof. Dr. T. Nawrot (UHasselt); Dr. V. Nelen (PIH); Prof. Dr. Schoeters (VITO), coördinatrice van de biomonitoring; Prof. Dr. N. van Larebeke (UGent), woordvoerder.


Meer inlichtingen kunnen gevonden worden op de website http://www.milieu-en-gezondheid.be/

  • Delen

Contact

Dienstverlening

Deze week in Menen